Schiet individuele prestatiebeoordeling van onderzoek zijn doel voorbij?

Author: Harry de Boer

Onderzoek doen is topsport. In topsport draait het om topprestaties en deze prestaties worden breed uitgemeten. Prestaties worden genadeloos geregistreerd. Carrières worden gemaakt en gebroken omdat de tijdwaarneming geen genade kent en het scoreboard nooit liegt.

Academici, topsporters in kennis, klagen echter voortdurend over prestatiedruk en afrekencultuur. Terecht misschien, zij het deels om de verkeerde redenen. Het maakt wel duidelijk dat beoordelen van prestaties geen sinecure is.

Prestaties meten en zichtbaar maken is op zich geen verkeerde zaak. Wie met publiek geld wordt bekostigd moet laten zien wat er met dat geld gebeurt. Geen onredelijke eis. Wie daartoe niet in staat is, of niet bereid is, verdient geen plaats in de wetenschap.

Tegelijkertijd roept een afrekencultuur vragen op. Over welke prestaties hebben wij het bijvoorbeeld? Worden onderzoekers beoordeeld op het aantal publicaties zoals een spits op het aantal doelpunten? Of gaat het om de impact van onderzoek zoals om de beslissende doelpunten van een spits? Of om dat ene artikel dat een discipline op zijn kop zet? De winnende treffer in de Champions League finale.

Over perverse effecten van prestatieprikkels is veel geschreven. Over ‘doping in de wetenschap’ is weinig bekend maar we weten wel dat calculerende onderzoekers slimme ‘kopieer- en salami-technieken’ hanteren, onderzoek verrichten dat gemakkelijk leidt tot publicaties en risicovol onderzoek vermijden of zich zelfs laten verleiden tot frauduleuze praktijken. ‘Publish or perish’ eist slachtoffers.

Maar er is meer. Veel onderzoek wordt tegenwoordig uitgevoerd in groepsverband, noodzakelijk in verband met vereiste onderzoekscapaciteit en multidisciplinariteit. Kennis en vaardigheden van de verschillende leden worden op elkaar afgestemd in internationale consortia, nationale onderzoeksnetwerken en inter- en intradepartementale verbanden. Wat betekent opereren in teamverband voor de individuele prestatiebeoordeling? De onderzoeker als teamspeler. Wie claimt de credits?

Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid: het team kan niet zonder de onderzoeker, de onderzoeker niet zonder het team. De prestaties van de publicerende onderzoeker zijn net als die van een scorende spits afhankelijk van de opstelling en het talent van collega’s. Uit een slechte voorzet is het moeilijk scoren (da’s logisch, zou Cruijff zeggen).

Maar met individuele prestatiebeoordeling ligt liftersgedrag, maximaal profiteren van het team tegen een minimale inspanning, op de loer. Als spits niet meeverdedigen maar wel de penalty’s nemen om te stijgen op de topscorerslijst.

De individuele prestatiebeoordeling zet teamwerk ook op een andere manier onder druk. Wordt een individuele topprestatie neergezet, dan kan deze prestatie worden ingezet om voorwaarden te stellen, die het team kunnen schaden. Het ‘afkopen van onderwijslast’ als een belangrijke individuele onderzoekssubsidie is binnengehengeld, is een veelgehoord voorbeeld. Een topper claimt privileges, ten koste van het team.

Het opleggen van en sturen op individuele prestatie-doelstellingen kan het groepsproces dus danig verstoren en uiteindelijk de teamprestatie negatief beïnvloeden. We halen het beste uit het individu maar het minste uit de groep. Een slechte zaak in een tijd waar onderzoek steeds vaker in teamverband wordt uitgevoerd.

Het wordt tijd dat er bij het beoordelen van prestaties niet alleen oog is voor het individu maar ook voor het team. Onderzoekers die collega’s in staat stellen te excelleren moeten zich in ieder geval gewaardeerd voelen, maar eigenlijk ook gewaardeerd worden. Hier ligt een schone taak voor ontwerpers van prestatie-indicatoren!

 

About Harry de Boer

Harry de Boer has been a senior research associate at CHEPS since 1990. In the field of higher education studies he particularly focuses on public governance, policy analyses and leadership and management. Over the years he has conducted many higher education policy studies for national governments, national agencies and DG EAC. Topics of recent studies are performance funding and performance agreements, structural reforms in European HE, and new modes of service delivery. Harry is supervising PhD candidates, teaches HE courses at the University of Twente as well as in the Leadership Development Programme of the ECIU. On twitter: @hfdeboer.

Advertisements

Tags: , , ,

Leave a Comment

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: